De VVD en de totaalbeleving

flevoparkbad-van-der-burg

Bij de VVD houden ze van dingen kopen. Een gelukkige VVD’er is een VVD’er die met mooie tassen door mooie winkelstraten flaneert. Kopen, kopen, niet kijken. Zoiets. Die winkelstraten, dat is nu een puntje. Die vindt de VVD lelijk. Raadslid Samira Bouchitbe wil daarom onderzoeken onder welke wanstaltige winkelgevels nog mooie historische gevels zitten. Haar fractievoorzitter, Marja Ruigrok, patstboemt er een prachtige zin uit: ‘Een totaalbeleving is belangrijk. Winkels zijn meer dan schappen met spullen.’ Dat zei ze tegen Het Parool.

Heerlijk. Totaalbeleving. Wat nou kopen!? Winkelen is emotie. Blije kopers zijn blije burgers. En blije Amsterdammers zijn goed voor de economie. Die voeden hun kinderen vervolgens ook vrolijker op, waardoor die kinderen weer vrolijker naar school gaan. En zo gaat dat maar door. Die totaalbeleving moet je niet weg ridiculiseren als een lichtblauw ballonnetje in de wind. Die is verdikte belangrijk.

Ik vind dat ze een punt hebben. Hele winkelstraten zijn verneukt door vreselijke puien en schreeuwerige reclameborden. En als iemand strijdt tegen die lelijkheid, vinden ze mij aan hun zijde.

Daar komt bij dat de VVD in Amsterdam een leuke partij is. Er hangt daar iets vrolijks in de lucht. Geen cynisme, geen vervelende vingertjes die wijzen, omdat iets niet mag. Ik zie daar vooral glimlachende gezichtjes. Wie bijvoorbeeld weleens met wethouder Eric van der Burg spreekt, voelt zich daarna weer opgeladen. De man heeft een energie, waar je blij van wordt.

Eigenlijk is het met mensen net als met winkelpuien. Onder uw chagrijnige ponem zit een glimlachend gezicht, waar de totaalbeleving vanaf straalt. En dat is wat de VVD eigenlijk wil. Leuke mensen in een leuke stad.

Deze column verscheen eerder in De Echo – Marcel Duyvestijn

Laat een bericht achter