Waarom rechtspopulisten zich meer kunnen permitteren dan linkse politici

Daar ligt ie. Bakbruin en botergeil. Thierry Baudet. Hij kan dat. En hij mag dat, naakt liggen op de rand van een zwembad. Hij weet dat zijn lichaam het internet overzwemt, dat er parodieën geknipt en geplakt worden, dat het ’s avonds bij de talkshows besproken wordt. Het is jaloersmakend. Hij zit daar in een Zuid Franse villa, met een stuk of tien vrouwen die zich uitsloven om ’s avonds met de grote leider te mogen rollebollen door een bad van olijfolie. Dat kunnen niet alle politici zich veroorloven.

Op dezelfde dag postte Lodewijk Asscher een filmpje van zichzelf in een vluchtelingenkamp in Jordanië. Voorspelbare beelden, met tenten, die openwaaiden, met stof en mensen die hulpeloos naar een Nederlandse politicus kijken. Lodewijk staat altijd lichtelijk gebogen, maar hij buigt zich nog meer als het om serieuze zaken gaat. Dan knikt hij ernstig. Hij aait een kinderbolletje, zou het liefste een balletje trappen met een Syrisch jongetje, maar weet dat hij aan regels gebonden is, die zijn communicatieafdeling hem influistert. Onder het filmpje zit een verdrietig muziekje, die de brekende stem van Lodewijk versterkt. ‘Ik ben echt geschokt.’ Dan volgt het logo van de PvdA. Een mooi filmpje dat echter niet de aandacht kreeg die het verdiende.

Twee politici. Twee electoraten. De een heeft een groeiend aantal jonge kiezers achter zich, die hun Grote Leider vooral ‘verfrissend’ vinden. Baudet benoemt dingen die de meeste mensen denken. De rek in zijn electoraat is er nog lang niet uit en als hij het slim aanpakt, kan hij de Trump van de Lage Landen worden. Daartegenover staat een gebogen man, die vastgesnoerd zit in zijn eigen partij, met een klein, murw geslagen, zuurzeurderig electoraat. Hij kan het niet snel goed doen en kan zich geen verspreking permitteren.

Hoe is dat toch gekomen, dat populistische politici alles kunnen maken? Pim Fortuyn is het beste voorbeeld. Dat hij met zijn nichterige gekoketteer, overslaande stem, zijn hondjes, zijn kekke pakken de Feyenoord-supporter kon behagen, is bijzonder. Hij kon ver gaan. Dat hij aan het zaad van zijn jonge Marokkaanse minnaar kon proeven welk merk whisky ze hadden gedronken, vond de ‘gewone Nederlander’ helemaal niet erg. Ook Trump lijkt alleen maar sterker te worden, naarmate zijn strapatsen idioter zijn. Dat hij vrouwen in het kruis grijpt, maakt geen donder uit. Ook dat hij met een pornoster het bed deelt, terwijl zijn vrouw net bevallen is, vindt de conservatief-christelijke Amerikaan geen enkel probleem. Liegen, bedriegen, verdraaien, het levert de populistische politicus alleen maar stemmen op.

Zet dat af tegen de misstappen van Robbie Oudkerk, die zijn leven lang in een adem met hoeren, snoeren en snuiven wordt genoemd. Toen hij het over ‘kutmarokkanen’ had, moest hij diep door het stof. Net als die brave Stef Blok. Een keer wilde hij wat rauwer overkomen. Iemand van communicatie zei dat hij vanuit het hart moest praten. Over de multiculturele samenleving. Over die bananenrepubliek die ooit van ons geweest is. Kon hij niet een keer de stem des volks vertolken? Dat deed hij, in een keurig zaaltje in Den Haag. Met alle gevolgen van dien. Een paar dagen later, hoort hij in zijn doorzonwoning in Enkhuizen dat ze allemaal boos op hem zijn. Op hem, de extreemsaaie. Hij was ineens de grootste racist die er ooit had rondgelopen. Hij, Stephanus Abraham Blok, geboren in Emmeloord.

Terug naar Thierry Baudet. Want wanneer komt het moment dat je wel alles kunt maken, dat je kunt liegen en bedriegen, dat je Trump en Poetin kan vereren, dat je met gecertificeerde racisten luncht en toch bijna de grootste in de peilingen bent? Thierry, ik heb hem een keer ontmoet, twee jaar geleden, bij een PvdA-bijeenkomst. Toen had hij alleen nog een denktank, was zijn zwembad leeg en zijn toekomst ledig. Toen ik hem sprak, was hij verlegen. Alles wat hij wilde, zei hij, bijna timide, was een plek op een universiteit, waar hij les kon geven. De politiek was niks voor hem. Hij wilde schrijven, een beetje prikkelen, een beetje kietelen. Meer niet. Hij bietste een sigaret bij een jonge PvdA’er en keek tevreden voor zich uit. De kabbelende kakofonie van linkse mensen wurmde zich in zijn oren, maar hij hoorde het niet. Hij dacht aan de vakantie die hij geboekt had, naar Zuid-Frankrijk. ‘Dichtbij de lavendelvelden’, waar hij heerlijk aan ging snuiven.

Dit opiniestuk verscheen eerder in Het Parool

Laat een bericht achter